> Verbinden (inschakelen) > Slechts één oortelefoon gebruiken

Slechts één oortelefoon gebruiken

Wanneer de BLUETOOTH-functie van het aan te sluiten apparaat is ingeschakeld, kan één oortelefoon nu op zichzelf gebruikt worden.

De L-oortelefoon wordt gebruikt in de afbeelding.

Verwijder de oortelefoon die u wilt gebruiken uit de oplaadcassette. De stroom van de oortelefoons wordt automatisch ingeschakeld en ze worden automatisch opnieuw verbonden met het laatst verbonden apparaat.

Zorg ervoor dat u de aanraaksensorgedeelte niet aanraakt wanneer u ze uitneemt.

Case_button_L_A20T + Case_button_L_A20T

Aanraaksensorgedeelte

Toetsbediening is alleen van toepassing op één zijde van het oordopje dat in gebruik is.

Om gebruik te maken van de oortelefoon die niet in de oplaadcassette zit, raakt u de aanraaksensorgedeelte van de oortelefoon voor ongeveer 3 seconden aan om de stroom in te schakelen.

Wanneer het koppelen nog niet is uitgevoerd, moet u dit voor gebruik doen. Koppelen (een apparaat registreren)

Om beide oortelefoons te gebruiken, plaatst u ze terug in de oplaadcasette, wacht u tot ze uitschakelen en verwijdert u ze weer uit de cassette.